Over de tijdlijn

Op de tijdlijn een overzicht van belangrijke gebeurtenissen in het (werkzame) leven van Majoie Hajary in 96 vensters. De tijdlijn is nog niet af en  wordt voortdurend bijgewerkt. Aanvullingen zijn welkom. Op de kaart de landen waar ze woonde, werkte en inspiratie opdeed.               

Tijdslijn niet zichtbaar op de mobiel? 

Draai het scherm een kwart slag.

Zoek binnen de tijdlijn:

1830
1839
Braamspunt
Plaats waar men Suriname binnenkomt of verlaat

De voorouders van Majoie Hajary komen als slaafgemaakten en contractarbeiders uit Afrika, China en India per schip bij Braamspunt Suriname binnen. Tot 1954 is Suriname een kolonie van Nederland, in dat jaar verkrijgt het binnenlandse autonomie. In 1975 wordt Suriname na circa 300 jaar van koloniale knechting een zelfstandige republiek. Bron: kaart van de Koninklijke Bibliotheek Den Haag. Lithogr. P. Lauters, tek. P.J. Benoit.

1920
16 augustus 1921
Geboren: Marie Majoie Hajary

Marie Majoie (roepnaam Rieke, later Majoie) wordt in 1921 geboren in Paramaribo, de hoofdstad van Suriname. Ze is de oudste dochter van Harry Najaralie Hajary (1892-1959) en Philippintje (Mien) Wilhelmina Albertina Tjong-Ayong (1896-1976). De muziek van haar Afro-Surinaamse, Hindoestaanse en Chinese voorouders vormen een inspiratiebron voor haar latere composities. Zie de STAMBOOM

Ouders

Haar ouders behoren tot de elite van Suriname. Vader Harry begon in 1907 als hulpkracht bij het Immigratiekantoor van het Nederlands Gouvernement. Haar moeder Mien werkte daar tot mei 1921 als klerk. Harry klom in 1948 op tot lid van het College van Algemeen Bestuur, de voorloper van de latere Surinaamse ministerraad, met in zijn portefeuille: Sociale Zaken en Immigratie en Volksgezondheid.  

Gezin

Rieke groeit op in welstand. Ze woont met haar ouders en zussen Eleonoor Caroline (Toetie) (1923-1990) en Henriette Annie (Jetty) (1928) in Paramaribo, eerst aan de Keizerstraat, later aan de Hofstraat. De familie is muzikaal en creatief. Haar moeder fotografeert, timmert, schikt bloemen, bakt, is behendig met naald en draad en geeft cursussen pitriet vlechten. Haar vader speelt viool. Rieke krijgt een piano op haar 8e jaar, lessen volgt ze bij de 'soeurs' (nonnen) in de Gravenstraat. Het muziekonderwijs is gericht op westerse klassieke muziek. Foto uit het familie-album van Carry-Ann Tjong-Ayong, v..l.n.r. Toetie, Jetty en Rieke (Majoie). Daarachter haar ouders.

1933
Zonneschijn

Rieke stuurt regelmatig bijdragen naar het jeugdblad Zonneschijn. Deze  brief, een bouwtekening voor een mini-theater, illustreert haar hang naar spektakel. Films en kindervoorstellingen die de zussen in Paramaribo zien, worden thuis nagespeeld. Rieke (Majoie) op de piano als gangmaker. Toetie gaat later aan het toneel, Jetty wordt net als haar oudere zus pianiste.

Zussen

V.l.n.r. Toetie, Jetty en Rieke (Majoie).

Familie Tjong Ayong/ Hajary

Foto uit het familiealbum van Carry-Ann Tjong-Ayong. Rieke (Majoie) ontbreekt op deze foto. Vermoedelijk is ze op dat moment al in Nederland. Ze koestert de band met haar familieleden, waarvan een deel net als zij naar Europa zal vertrekken.  

Oma Carootje

Oma Carootje (ook op de groepsfoto hierboven) woont vlakbij haar kleindochter Rieke in een klein houten huisje aan de Keizerstraat. Zij is vroom lid van de Evangelische Broedergemeente. Op haar Surinaamse bijbel baseert Rieke, dan Majoie geheten, later de tekst van het oratorium over de lijdensweek: 'Da Pinawiki'. Een van de officiële namen van oma Carootje (zie STAMBOOM) is Batseba. Deze bijbelse naam duikt op in de opera 'La larme d'or' ('De gouden traan'), waaraan Majoie vanaf eind jaren 80 zal werken. Foto uit het archief van Carry-Ann Tjong-Ayong. 

1930
1935
Eerste composities

Als ze iets verder gevorderd is krijgt Rieke (Majoie) les van de pianiste Elly Fernandes-Benjamins. Haar eerste composities, zoals 'Romanze' en 'Dance of the fairies at midnight' maakt ze als veertienjarig meisje. Zie DATABASE

1936
Dance of the fairies...

'Dance of the fairies at midnight', gecomponeerd om 'tien over een 's middags 2 april 1936'.

1934-1936
Culturele leven

Het Amsterdamse acteursechtpaar Elly van Stekelenburg en Jan Mulder komt in 1934 en 1936 met De Dietse Spelers naar Paramaribo en raakt bevriend met Rieke's (Majoies) ouders. Ze roemen Rieke's pianospel. September 1936 slaagt Rieke voor de middelbare Hendrikschool. Een toekomst in de klassieke muziek ligt voor de hand.
Foto Arch. Gooi& Vechtstreek, coll. Elly van Stekelenburg: het toneelgezelschap met rechts Elly Fernandes, daarnaast Elly van Stekelenburg, tweede van links Rieke (Majoie) gearmd met acteur Jan Mulder, sociëteit Het Park, Paramaribo.

feb 1937
Bogumil Sykora en groot Symphonie Orkest

Voordat Rieke (Majoie) naar Nederland vertrekt, geeft de Russische cellist Bogumil Sykora in februari 1937 in Paramaribo een aantal concerten, met Elly Fernandes-Benjamins op de vleugel. Het groot Symphonie Orkest o.l.v. dirigent Eddy Wessels begeleidt hem bij het stuk 'Kol Nidrei' voor cello en orkest van de componist Max Bruch, 'mejuffrouw' Hajary speelt de pianopartij.  Rechts op de foto Elly Fernandes, links Rieke, vermoedelijk in 1939.

mei-juni 1937
Voorbereiding op Amsterdams Conservatorium

Elly Fernandes bereidt Rieke voor op het Amsterdams conservatorium, waar zij zelf studeerde. Op 5 mei 1937 schrijft directeur Willem Andriessen, dat Rieke toelatingsexamen mag doen. Rieke, - voortaan is het Majoie - , neemt als 15-jarige haar intrek bij het acteursechtpaar Mulder/ Van Stekelenburg in Amsterdam, dat ze als haar Nederlandse pleegouders beschouwt en op wie ze erg dol is. De Surinaamse krant De West meldt op 23 juni 1937 dat ze is geslaagd voor haar toelatingsexamen. Ze krijgt op het conservatorium les o.a. van Nelly Wagenaar (piano) en Willem Andriessen (compositie). Onderschrift bij de foto:  'Aan Rieke's ouders van Majoie's pleegouders, september 1937'. 

1938
Vakantie met pleegouders

In juni 1938 gaat Majoie met haar pleegouders Jan Mulder en Elly van Stekelenburg met vakantie naar Duitsland. Jan Mulder is in mei 1938 zojuist lid geworden van de NSB die sympathiseert met Hitlers NSDAP. Zijn vrouw Elly maakt hij in juli 1940 lid.
Hier gedrieën in een bordkartonnen vliegtuigje: photoshop avant la lettre. De pleegouders proberen hun dochter binnen boord te houden. Vliegtuigen vormen een leidmotief in het leven van Majoie.  Archief Elly van Stekelenburg, Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen 

mei 1939
Eerste solistenconcert

Tijdens haar studietijd treedt Majoie al op. In mei 1939 voert ze samen met het Symphonieorkst 'Haerlem' o.l.v. Willem Rettich Beethovens 3e pianoconcert uit. Het Haarlems Dagblad van 10 mei 1939 prijst haar 'uitgesproken solistische kwaliteiten', heeft ook kritiek, maar concludeert dat bij 'meerdere rijpheid' van deze pianiste 'zeker nog zeer veel goeds te verwachten' is.

juli 1939
A.V.R.O.S. concert Paramaribo

Vanaf eind 1938 tot begin 1939 is Majoies moeder in Nederland. Hier op de foto op de Dam in Amsterdam, samen met Majoie en pleegvader Jan Mulder. In juli 1939 keert Majoie even terug naar Suriname. Op 20 juli geeft ze een recital en vertolkt 'Vrolijke muziek' bij de A.V.R.O.S. radio. Op 3 augustus brengt ze behalve Chopin, Brahms en Rachmaninoff ook de eigen compositie 'Tarantella' ten gehore. Mogelijk is dat een onderdeel van de 'ACV-Revue' over haar Conservatoriumtijd,  die ze in januari 1940 op schrift stelt. Zie ook de DATABASE 

1940
januari 1940
Philips Omroep Hollands-Indië

De Surinaamse kranten volgen haar prestaties in het buitenland op de voet. De Surinamer van 6 januari meldt, dat Majoie Hajary op 17 januari 1940 zal optreden voor de Philips Omroep Hollands-Indië. De omroep richt zich op de koloniën, met name op Nederlands-Indië.

vanaf 1940
Nazificatie van Nederland

Majoie werkt ook voor de radio in Hilversum. Voorafgaand aan de Duitse inval op 10 mei is op 18 maart 1940 haar 'Liedje van verlangen' te horen in het programma van Jetty Cantor bij de AVRO. Onder de Duitse bezetting mogen orkesten in Nederland geen joodse componisten programmeren, joodse conservatoriumdocenten worden ontslagen. Vooruitlopend op de maatregelen stuurt de AVRO-omroep de joodse Cantor in mei 1940 de laan uit. Als in maart 1941 de omroepen opgaan in een Algemeene Nederlandsche Omroep, is dat het beleid. Muziek van Joodse componisten en Engelstalige muziek zijn taboe. In mei 1941 volgt het ontslag van joodse orkestmusici. De deportatie van joden komt eind dat jaar op gang. Foto omslag boek Dick Verkijk Radio Hilversum 1940-1945

juni 1941
Concert bij expo 'Typisch Holland' in Amsterdam

Voor de meeste niet-joodse muzikanten verandert er  in 1941 (nog) niet veel. In de tuin van 'Schinkelhaven' aan de Amstelveenseweg verzorgen conservatoriumleerlingen onder wie Majoie de muzikale omlijsting van de kunstexpositie 'Typisch Holland'. Majoie speelt 'Roemeense Dansen' van Bartok en 'Prelude in Gis' van Rachmaninov. Het Algemeen Handelsblad van 19 juni 1941 schrijft: '...de jeugdige Indische Majoie Hajary deed zich als een veelbelovend pianiste kennen.'

Eind 1941
Kleuterprogramma Nederlandsche Omroep

Majoie doet mee aan het kleuterprogramma van de Nederlandsche Omroep:  'Kleuterliedjes- en Melodietjes'. Dat staat o.l.v. Jet Corbelli: een kennis van haar pleegmoeder Elly van Stekelenburg. Jan Mulder verleent zijn medewerking aan hoorspelen bij dezelfde omroep. Op 12 november 1941 laat Majoie een aantal liedcomposities/ teksten registreren bij auteursrechtenbureau Buma/Stemra, zoals Zeven liedjes naar beroemde sprookjes en Regenprinses. Zie DATABASE.
Foto still uit Youtubefilm Beeld en Geluid Kleuterklas Tante Jet (1942)

november 1941
Nederlandse Kultuurkamer NKK

Majoie voert voor de afdeling 'Ernstige muziek'  op 8 december 1941  een sonate van Joh. Brahms op. Kort daarvoor is de Nederlandse Kultuurkamer (NKK) opgericht, die treedt begin 1942 in werking.  Kunstenaars moeten zich aanmelden en een Ariërverklaring invullen, waarin gevraagd wordt naar joodse voorouders. In december 1942 krijgt ze een 'voorlopige' legitimatie. 'Ontaarde' muziek (kunst van Joodse makers, atonale muziek, zwarte muziekgenres zoals jazz, blues en gospel), wordt verboden. Joden zijn uitgesloten van de NKK. Logo Nederlandsche Kultuurkamer

dec 1941
Uitgave Zonnestraaltjes bij Broekmans &Van Poppel Amsterdam

'Zonnestraaltjes' op teksten van Margot Vos verschijnt eind 1941 bij Broekmans & Van Poppel in Amsterdam: voor de Nederlandsche Omroep gearrangeerde liedjes. Het Nederlandse blad De Tijd van 4 februari 1942 jubelt: 'Een veelbelovend debuut. (...). Harmonisch zijn ze gevoelig, en boeiend, rhytmisch heel pittig en ze verraden menige geestige "pointe". (...) de gekleurde illustraties van het bundeltje – eveneens van de hand van Majoie Hajary – zijn grappig.' In Suriname kreeg Majoie tekenles van J.C. Booms en Wim Bosch-Verschuur.

1942-1943
Pianoconcert Liszt no. 1 Es dur

Majoie vertolkt in de serie Volksconcerten in 1942 en 1943 overal in het land Liszts 1e pianoconcert, bijgestaan door resp. de Groninger Orkest Vereniging, het Arnhemsche Orkest en het Residentie-Orkest. Het Nieuwsblad van het Noorden (25 februari 1942) roemt Majoies 'buitengewone spirit en geestrijke vertolking'. De Deutsche Zeitung in den Niederlanden van 27 augustus 1943 verbaast zich over het invoelingsvermogen van de in Paramaribo geboren dochter van Hindoestaanse, Brits-Indische ouders. De krant vermoedt in haar de representant van een oeroud door de nazi's bewonderd en verwant geacht Indiaas volk.

1946
Pianoboeken Majoie Hajary
afstuderen juni 1942
Afstuderen Amsterdamsch Conservatorium

Op 15 juni 1942 heeft Majoie ondertussen 'met gunstig gevolg' eindexamen gedaan voor het hoofdvak piano. Ze zit - gekleed in sari - te midden van haar pianodocent Nelly Wagenaar (re) en de directeur Willem Andriessen (li), van wie ze compositielessen kreeg. In de kranten uit die tijd wordt ze - zie hierboven - vaak aangeduid als de 'Britsch-Indische', 'Indische' Majoie of de 'Hindoestaanse' uit Suriname afkomstige pianiste met Indiase voorouders. Deze foto (uitsnede) is vermoedelijk genomen bij de diploma-uitreiking.

juni 1942
Eindexamenklas Amsterdamsch Conservatorium

De gehele foto, die dus vermoedelijk genomen is bij de diploma-uitreiking. Op de achterkant heeft Majoie een paar namen gekrabbeld, die van haar docenten Elly Wagenaar en Willem Andriessen en ook die van haar pleegvader Jan Mulder (links vooraan).
F. Vereenigde fotobureaux Amsterdam

september 1942
Zonen en dochters van Altoen Chaan

18 september 1942 speelt Majoie tijdens het 2e Radiomuziekfeest van de Nederlandsche Omroep eigen composities: 'Sonate voor blokfluit en piano' (1942), 'Prelude' en 'Tarantella' (1939) en 'De dochters van Altoen Chaan, de zonen van Altoen Chaan'. Deze suite voor piano en dwarsfluit is opgedragen aan de fluitist Paul Loewer. In het onderdeel 'Fatimah' is het thema van haar latere 'Blue raga' ['La larme d'or] te herkennen. In de Luistergids staan ook Theo Uden Masman en zijn 'dansorkest'  aangekondigd: voorheen de jazzformatie 'The Ramblers'. Engelse namen zijn verboden, Masmans muziek is ontdaan van   jazzelementen. Zwarte muziek-stijlen zijn taboe, toch treden Surinaamse, zwarte jazzmusici als Kid Dynamite tot 1943 nog op. In 1943 is het afgelopen. De omslagillustratie is van Majoie.

1943
Recensies Prelude en Tarantella, Intermezzo en Rhapsodie

 Majoie mag blijven optreden. In 1943 schrijft A. de Wal in Het Vaderland, staat- en letterkundig nieuwsblad van 9 november tijdens de oorlog niet eerder zoiets 'belangrijk-veelbelovends' gehoord te hebben. Vooral haar eigen composities trekken zijn aandacht: een 'Prelude', 'Tarantella', 'Intermezzo' en  'Rhapsodie'. 'Het geheel is een conglomeratie van Aziatische en diverse Europeesche invloeden. Het muziekbloed dat hier stroomt, van Chopin, van Liszt, Spaansche en Hongaarsche Zigeunerrhytme-karakters, van Mac Dowell, van de jazz, van eigen ras en negeridioom. Maar als geheel een origineel mixtum compositium dat buitengewoon goed in elkaar zit, prachtig pianistisch is en zeer kleurrijk en spontaan.'  Foto: opname voor de pers in Nederland, omroepstudio Hilversum, 1943

1943-1944
Hindoestaansche Fantasie

Op 10 november 1943 wordt haar compositie voor piano en orkest,  'Hindoestaansche Fantasie',  voor het eerst uitgevoerd door de Arnhemsche Concertvereniging  o.l.v. Jaap Spaanderman. Daarna volgen concerten in Venlo, Maastricht, Nijmegen, Den Bosch en tenslotte in Amsterdam met het Amsterdamse Concertgebouw o.l.v. Jan Koetsier. Op 17 mei 1944 is ze te gast bij de Hilversumse omroep. De Limburgerkoerier oordeelt op 13 december 1943: 'Op een knappe manier is het gevaar van een hybridisch, een tweesoortig karakter ontweken, waar de Hindoestaansche harmonieën in onze eigene overgaan.' Maar Herman Rutters van het Algemeen Handelsblad  (van 26 mei 1944 ) hoort vooral Debussy, Chopin, Liszt en Tsjaikofski [sic], '(...) welke elementen naar het mij zoo voorkomt, niet bepaald een Hindoestaansche allure hebben (...).'  

1943-1944
Bezette gebieden

In 1943 en 1944 maakt Majoie op uitnodiging van de Oostenrijkse impresario Winderstein een tournee door bezet gebied: Oostenrijk (Salzburg, Wenen), Tsjechië (Praag), Polen (Warschau, Breslau),  Hongarije (Boedapest) en Duitsland (Berlijn, Hamburg). In juni 1943 komt ze op verzoek van de dirigent van het Berliner Philarmoniker Willem Fürtwängler naar Berlijn. Ze verblijft er bij Baron Hans Siebert von Heister. In die periode componeert ze de 'Serenade', die later herhaaldelijk opgevoerd zal worden. Zie DATABASE. In de zomer van 1943 is ze ook te gast op de Bayreuther Festspiele in Duitsland, waar Richard Wagners opera's worden opgevoerd. 

jan 1944
Onafhankelijkheidsbeweging India

In januari 1944 keert Majoie terug naar Nederland. In Hilversum ontmoet ze leden van de propagandazender Azad Hind Radio, aan wie ze eerder in Berlijn een interview had afgestaan. Leider van de Azad Hind beweging is Subhas Chandra Bose, die om zijn doel van een onafhankelijk India te bereiken een duivelspakt sluit met Hitler. Zijn Freies Indien Legion strijdt aan de zijde van de nazi's. Na de oorlog wordt Majoie over haar contacten met Azad Hind Radio bevraagd. Postzegel met het embleem van Azad Hind

1945
Na de oorlog
Op 5 mei 1945 is de oorlog voorbij. Hitler is verslagen. Alle kunstenaars moeten verantwoording afleggen over hun activiteiten tijdens de Duitse bezetting. Eind mei wordt Majoie in Amsterdam verhoord. Zo ook haar pleegouders Jan Mulder en Elly van Stekelenburg. Het echtpaar is inmiddels gescheiden, Majoie woont bij haar pleegvader. Hem hangt vanwege zijn NSB-lidmaatschap en -activiteiten vermoedelijk een beroepsverbod boven het hoofd. Ze wachten de resultaten van het onderzoek niet af. Majoie en haar pleegvader vertrekken op  21 november 1945 met het motorschip de Aldabi naar Amerika. Daar verblijft Majoies familie voor langere tijd. Ze vieren Kerstmis in een besneeuwd New Jersey (Red Banks). Majoie werd in 1949 'onvoorwaardelijk' buiten vervolging gesteld. De acteurs Jan Mulder en Elly van Stekelenburg - beiden lid geweest van de NSB - kregen een beroepsverbod opgelegd. V.l.n.r. Majoies moeder, haar vader, Jan Mulder, Majoie, Toetie en onder Jetty met Ilse Marie (Toeties dochter). 

Majoie werd in 1949 'onvoorwaardelijk' buiten vervolging gesteld. De acteurs Jan Mulder en Elly van Stekelenburg - beiden lid geweest van de NSB -  kregen een beroepsverbod opgelegd.
Verhuisd naar Venezuela
Caracas

Majoie verhuist in 1946 naar Caracas in Venezuela, waar ze een aantal jaren zal wonen. Vandaar uit bereist ze het gebied. In Caracas componeert ze pianomuziek op de tekst van Helle von Heister: 'Sommernacht'. Helle von Heister was getrouwd met de schrijver en schilder Hans-Sibert von Heister, bij wie Majoie tijdens de oorlog in Berlijn onderdak vond. 'Wanderer' is in diezelfde tijd gecomponeerd. Zie DATABASE. 

1946
New York

Majoie heeft contact met Anton Schubel, directeur van het Associated (Metrolopolitan) Concert Bureau in New York. Zij stuurt hem een programmavoorstel, waarop Schubel enthousiast reageert. De Surinaamse krant De West van 4 november 1946 schrijft  dat Majoies 'Ballet Hindu' in januari 1947 in New York in de fameuze Carnegie Hall de premiere zal beleven via bemiddeling van Schubels Concert Bureau. Of ze daar echt optreedt is niet duidelijk.  

najaar 1946
Optredens Curacao en Aruba

Majoie is in de maanden september, oktober en november 1946  in Oranjestad (Aruba)  en in Willemstad (Curacao). Ze speelt werken van Beethoven, Chopin, Liszt, Rachmaninov, Bartok en Albeniz.  Ook haar zojuist voltooide 'Ballet Hindu' voor orkest en ballet wordt uitgevoerd. ZIE DATABASE. 

1946
Na afloop van het concert

Applaus...

1946
Persaandacht

Over media-aandacht heeft ze niet te klagen. Hier staat ze de pers op Curacao te woord. Mogelijk journalisten van Beurs- en nieuwberichten en Amigoe di Curacao. Beursberichten schrijft over haar optreden:  'Majoie Hajary speelt zoals zij is: gracieus en sierlijk nu eens onstuimig dan weer beheerscht welhaast majestueus.'  De opmerkingen van pianist en recensent Ton Deun werkzaam bij het Curacaose conservatorium dat Majoie 'niet met gevoel speelde en geen techniek bezat' zorgt voor enige ophef, maar wordt heftig tegengesproken in De West van 8 november 1946 en in Amigoe di Curacao van 18 november 1946. 

Terug in Suriname
In 1946 Suriname

Inmiddels is Majoie in Suriname geland. Op 6 november 1946 speelt ze in het gebouw van de Stadszending in Paramaribo. Het Nieuws van 5 november 1946 looft  haar 'fabelachtige' techniek dat 'het meest verfijnde spel' laat horen, maar soms 'te gehaast' is. Over haar nieuwe compositie, 'Ballet Hindu', merkt de krant op: 'Typisch Hindostaansch kon het ons niet voorkomen.' De Surinamer van 7 november 1946 vindt evenwel: 'In Ballet Hindu (...) hoorden we passages uit Hindoestaanse muziek die aan sommige belangstellenden uit de zaal niet vreemd zullen geklonken hebben.' 

Optreden in Suriname 1948
Nickerie

In juli 1948 is ze opnieuw te gast in Suriname. In Nickerie geeft ze een huisconcert bij de Districtscommissaris: Hindoestaanse muziek voor een overwegend Hindoestaans publiek. De West van 28 juli 1948 merkt op: 'Bij elk onderdeel van het 'Ballet Hindu' werd door de pianiste een uitleg gegeven wel in de Nederlandse als Hindoestaanse taal. Hoewel oorspronkelijke Oosterse melodieën ons tegenklonken werden die hier en daar afgewisseld met de ons vertrouwelijk in de oren klinkende westerse muziek.' Het concert in Paramaribo staat met Schumann, Chopin en Liszt in het teken van (westerse) romantiek. Het Nieuws van 7 augustus 1948 roemt haar 'ongewone gaven'.

1948
Peroen Peroen

In die periode componeert ze 'Peroen, peroen, mi patron...' dat later ook wel 'Variaties op een Surinaamsch volkslied' of 'Surinaamsche rhapsodie' heet. Het is gebaseerd op een spotlied uit de slaventijd.  Bij het Surinaams publiek valt het zeer in de smaak. Het Nieuws van 3 september 1948 is lyrisch: 'De bijwijlen geestige bewerking ondanks de strakke lijnen, die haar composities kenmerken, genoot een bijval en een oordeelvellingen die slechts konden bewijzen, dat althans dit publiek niet uitsluitend voor de romantische school openstaat'. Dit lied draagt ze op aan de aanwezige gouverneur Huender. Naar verluidt, zou ze zich hiermee een studiebeurs voor Parijs hebben verworven. Handschrift Majoie.

Brits Guyana

Begin november 1948 reist Majoie naar Surinames buurland Brits Guyana, waar haar jongste compositie 'Variations on a Surinam song' ook op het programma staat.Terug in Suriname geeft ze nog een concert voor de jeugd. Een huisvader schrijft in een ingezonden brief in Het Nieuws van 15 november 1948 poëtisch  '... hoe daar op 't podium onder het flauwe licht van toplampen, tegen een stemmig zwarte achtergrond, de slanke fee in olijfgroen gewaad met rappe vingerbewegingen de piano lief liet zoemen, zingen, kronkelen, wat ze maar wilde.' Dergelijke muziek hielp volgens de huisvader beslist mee aan 'de verfijning van Suriname's jeugd, de burgerij van morgen.' 

1949
Verloofd

In 1949 meldt de Surinaamse krant De West van 27 mei, dat Majoie verloofd is met J. Heerooms, onderdirecteur van de Hollandse bank in Caracas (Venezuela). Van hem krijgt ze een prachtige Steinway-vleugel.

29 maart 1949
Teatro Baralt, Maracaibo, Venezuela

Ze geeft in Venezuela verschillende concerten. Hier een aanplakbiljet van het theater Baralt in Maracaibo, waar de 'Pianista hindu' naast haar gebruikelijke repertoire  - Mozart, Chopin, Liszt, Debussy en Albeniz,- ook de 'Danca Hindu' laat horen. 

juni - aug 1949
Terug in Amsterdam

In juni 1949 is Majoie in Amsterdam. Destijds vertrok ze naar Zuid-Amerika zonder het onderzoek naar haar optredens tijdens de oorlog af te wachten. Ze wordt door de autoriteiten verhoord en verklaart wel voor burgers maar nooit voor de nazi's te hebben opgetreden en geen politieke interviews te hebben afgestaan. Ook niet aan de propagandazender Radio Azad Hind. Ze constateert bovendien, dat India sinds 1947 al onafhankelijk is. Majoie geeft aan naar Parijs te gaan voor studie en daarmee is het dossier afgesloten. Haar pleegouders, NSB-leden, kregen beiden een speelverbod opgelegd.
Deze foto is van augustus 1949, Majoie zit op een  Amsterdams terras met haar zus Jetty die aan het conservatorium studeert. 

Parijs, 1949
Op kamers in Parijs

Ze gaat op kamers in Parijs. Op de achterkant van de interieurfoto schrijft ze haar familie: 'Dit is een vrij slechte oude foto, van 't atelier waar ik woon tezamen met de zuster van Madame Chauvière. Toch geeft het jullie een klein idee waar en hoe ik woon. Majoie, Parijs 1949.' In Parijs studeert ze compositie bij Nadia Boulanger, Henri Büsser en Louis Aubert, contrapunt en solfège bij Annette Dieudonné en piano bij Yves Nat (foto van Yves Nat en partner met groet aan Majoie). 

1949
Annette Dieudonné

Werkschrift van Majoie voor de solfègelessen bij Annette Dieudonné: de rechterhand van Nadia Boulanger. In haar werkschrift noteert Majoie vol genegenheid: 'Mademoiselle Dieudonné je vous aime.' Later schrijft Dieudonné een aanbeveling in L'art du Piano, het lesboek dat Majoie  in 1989 zelf uitgeeft met solfège- en harmonie-oefeningen. Zie DATABASE.  

Parijs
december 1949

Het is al gememoreerd: vIiegtuigen (echte en bordpapieren) vormen een rode draad in haar leven. In december bezoekt Majoie het luchtvaarmuseum in Parijs, samen met mevrouw Chauvière (midden op de foto) en zus Jetty (rechts).

1950
1950
Cité Universitaire, Parijs

Op de achterkant van deze foto naar haar ouders schrijft ze: 'Vinden jullie niet dat ik net zo een gezicht trek als Paake [haar vader Harry] als hij nadenkt'. De foto is, zo is uit haar schrijven op te maken, genomen tijdens het 25 jarig bestaan van de Cité Universitaire (C.U.) in Parijs op 2 juli 1950. De CU is een campus voor internationale studenten en telt verschillende 'huizen'. Majoie schrijft op de foto: CU 12. Het is niet duidelijk wat ze daarmee bedoelt. 

1950
Pianiste Alicia de Larrocha

Majoie raakt bevriend met de pianiste Alicia de Larrocha, met wie ze regelmatig correspondeert. Ze componeert 'Sonate voor Alicia'. Op 15 juli 1950 schrijft ze vanuit Parijs aan Alicia die dan in Barcelona woont: 'Ik ben blij dat mijn sonate je plezier doet!'. Een deel van die sonate gespeeld door Alicia de Larrocha is te beluisteren via Arxiu Alicia de Larrocha. Zie DATABASE en www.fondo.aliciadelarrocha.com

1950
Expo schilder Krishna Hebbar
Foto  voor de familie in Paramaribo met als bijschrift: 'Hier is Majoie, de Ambassadeur Sir Mallik en de jonge schilder Krishna Hebbar op de tentoonstelling van Krishna in de Galérie Licorne [sic]. Paris' 50 Majoie'. (c) Agence Photographique Keystone, Paris Sardar Hardit Singh Malik is ambassadeur van India in Parijs in de periode van dekolonisatie van de Franse gebiedsdelen in India begin jaren '50. De 'jonge schilder' Krishna Hebbar is 10 jaar ouder dan Majoie. Een geestverwant: hij combineert Indiase traditionele kunst met westerse technieken.    
8 feb 1951
Getrouwd

De verloving met Jan Heerooms is uit; in 1951 trouwt Majoie in Parijs in de Notre-Dame de Grace de Passy in besloten kring met Roland Garros (1924-1983), de neef van luchtvaartpionier Roland Garros. Aanwezig zijn haar zus Jetty en Jan Mulder, die ze de koosnaam Joeps geeft. Roland wordt directeur van verschillende buitenlandse vestigingen van Air France was, waar Majoie muzikale inspiratie zal opdoen. Ze draagt verschillende composities aan hem op: 'Album pour Moustache' (Snor) en 'Serenade'. Beide werken laat ze in 1955  registreren. Door haar huwelijk verkrijgt ze de Franse nationaliteit. (Na haar scheiding opteert ze in 1972 (ook) weer voor het Nederlanderschap.) 

Moederschap

1951 wordt Sita Caroline Germaine Marie (li)  geboren. Voor Sita componeert ze 'Pièces enfantines' voor piano. Drie jaar later volgt in 1954 Sébastien Xavier Jean Roland. Aan hem draagt ze later haar compositie 'Variations 87 x 1' voor piano, tablas en percussie op (1976). F. Dr. Astier

1953
naar Suriname

De Surinamer van 23 juni 1953 kondigt aan dat Majoie naar Suriname, Venezuela en Aruba  komt om concerten te geven. Voor het eerst wordt in de Surinaamse kranten vermeld dat ze ook een leerlinge van de Franse pianist Alfred Cortot is geweest. Parijs? 'Geweldig'. Cortot? 'Enorm',  deelt ze de verslaggever van Het Nieuws (20 juli 1953) desgevraagd mee. Ze laat wel weten, dat het in Parijs moeilijk is om 'ertussen' te komen. 'Ik heb er toch nog kunnen spelen. onder andere voor studentengroepen. Voor Unesco.'  Ze zegt ze minder op te treden vanwege het moederschap. 

1953
Weerzien familie

 Majoie (in het midden met bloemen) wordt opgehaald van het vliegveld Zanderij door haar zwager Wim van Binnendijk, de man van haar zus Toetie. In Suriname speelt ze Chopin. Dan vertrekt ze naar Venezuela om in Caracas en in Maracaibo op te treden, in Maracaribo voert ze met het Universiteitsorkest het 3e Pianoconcert van Beethoven uit en daarna gaat ze naar de Antillen. 

Recensies
Jazz-achtig

 De Amigoe van 5 augustus 1953 merkte op dat Majoie Hajary zich in haar eigen composities een kind van haar tijd toont. 'Haar 'Pièces enfantines' hebben een uitgesproken modern karakter, terwijl we in de 'Variaties op een Surinaams volkslied' zelfs hier en daar een glimp meenden op te vangen van de jazz. 'Overigens verklaarde Majoie dat ze een groot liefhebber is van echte jazz-muziek. Al met al is het een buitengewoon geslaagde avond geweest zoals er hier op Aruba maar weinig voorkomen helaas', noteert de krant. 

juli 1954
Bretagne
juli 1954

In juli 1954 geeft Majoie een recital in het Theatre Municipal m.m.v. l'Ecole Nationale de Musique en de directeur van de school: M. Djemil. Ze speelt composities van o.a. Georges Arnoux, Albeniz en van zichzelf. 

juni 1955
juni 1955 Scheveningen (Nederland)

In het Scheveningse Kurhaus geeft het Westnederlands Symphieorkest een concert, waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de leprozerieën in Suriname. Aan dit concert verlenen Majoie en het Maranatha kwartet (mannenkoor uit Suriname) hun medewerking. Het Binnenhof van 1 oktober 1955 merkt over Majoies uitvoering van Beethovens 3e pianoconcert op : 'Zij vertolkte dit werk met zeer vaardige nonchalance, maar kon, waarschijnlijk door de discrepantie in opvatting en tempo tussen haar en de orkestleider [gastdirigent Eddy Wessels, dirigent van het Philarmonisch Orkest in Paramaribo]  het niet tot een bevredigende uitbeelding brengen. Het succes van de avond was zonder enige twijfel het optreden van 't Maranatha-kwartet. Dit zong een serie Negro-spirituals, zo zuiver, zo gevoelig en ongekunsteld, dat het een waar genot was ernaar te luisteren.' 

Zelf vliegtuigje bouwen 1956

In 1956 woont Majoie met haar man en kinderen in een flat in St. Denis: voorstad van Parijs. Roland Garros bouwt een vliegtuig in de woonkamer en die moet via het balkon het huis verlaten. Majoie schrijft in een programmaboekje dat ze in dit kleine vliegtuigje (!), dat de naam 'Grietje-bie' krijgt, de wereld (India, China, Japan, Afrika) rondvliegen om ter plekke muziekstromingen te bestuderen. Beiden zeggen te beschikken over een vliegbrevet. 

maart 1956
Franse jetset

Majoie werkt aan een 'Serenade' en een 'Tango' die uitgegeven zullen worden in Nederland, zo schrijft ze aan haar vriendin Alicia de Larrocha in maart 1956. Bron: Arxiu Alicia de Larrocha www.fondo.aliciadelarrocha.com
Of dat werkelijk gebeurt, is de vraag. De 'Tango' die in elk geval in eigen beheer verschijnt is opgedragen aan Madame Arlette Boucart [sic]. Zij was de dochter van de  bekende Parijse bacterioloog dr. Pierre Boucard: een  kunstverzamelaar uit de Parijse jetset, die zichzelf in 1929 en later zijn dochter en zijn vrouw liet portretteren door de schilderes Tamara de Lempicka. Majoie is bevriend met de familie, of zij de compositie in opdracht maakte is niet bekend. Ze verkeert in jetsetkringen, ontmoet al in 1949 Josephine Baker: haar 'big sister'.

Glamourfoto

Majoie laat publiciteitsfoto's maken. Het is niet duidelijk uit welk jaar deze glamourfoto is en wie de maker is. 

 

okt 1956
Meisterkonzert

'Meisterkonzert der indischen Pianistin Majoie Hajary, Paris, am Samstag, dem 13. Oktober 1956 um 20 Uhr'. Zo luidt de aankondiging van de  Goethe Volkshochschule in het Duitse stadje Langen. Ook Hamburg staat op het programma. Ze heeft dan geruime tijd niet meer opgetreden, twee jaar, schrijft ze aan Alicia de Larrocha. Bron: Arxiu Alicia de Larrocha (fondo.aliciadelarrocha.com). Foto Vleugel Majoie Neuilly

1959
Tananarive

Een periode van reizen volgt. Roland Garros werkt voor de vliegtuigmaatschappij Air France. Uit hoofde daarvan reizen Majoie en haar gezin de komende jaren naar verschillende landen. Vanaf 1958 woont de familie in Tananarive: hoofdstad van Madagaskar. Ze geeft er in maart 1959 een concert, waar ze behalve Beethoven, Liszt, Ravel, Granados ook eigen composities speelt.: 'Serenade Hindu' en 'Variations sur Grietjebie'. Het is niet duidelijk of dit andere benamingen zijn voor resp. 'Ballet Hindu' en de 'Surinaamse rhapsodie'. De Grietjebie naar wie ook het zelfgebouwde vliegtuigje werd vernoemd, is het tropische (Surinaamse) geelborstje dat de naam draagt van de klank die het voortbrengt. In Tananarive zou Majoie medewerking hebben verleend aan het Conservatorium . 

1960
Begin jaren 60
Congo

Begin jaren 60 woont ze met haar gezin in Congo, in de hoofdstad Brazzaville. Ze bezoekt dokter Albert Schweitzer die een ziekenhuis in Lambarene (Gabon) runt: het buurland. Schweitzer speelde niet onverdienstelijk piano en orgel. Rechts op de foto uit 1962 is Majoie te zien. In Brazzaville  doet ze de minister van Onderwijs, jeugd en sport Gandzion in februari 1963 het voorstel getalenteerde muzikanten op te leiden tot muziekdocenten, zodat ze zangles kunnen geven op scholen, kunnen componeren en koren kunnen leiden. Het is onduidelijk of dat er van komt... 

1965
Tokyo

In september 1964 vertrekt het gezin naar Tokyo, waar Majoie  'Rokudan' voor koto (Japans snaarinstrument) en kamerorkest componeert. Dit wordt door Moeko Ohno (koto) op de Musashino Academia Tokyo uitgevoerd en zou ook te horen zou zijn geweest op de Japanse radio. Korakuen, het prachtige Japanse landschapspark, vormt de achtergrond voor een filmscript getiteld 'Korukan Park' (sic), dat  begint met de titelsong "I dreamt last night that I was in Tokyo again'.  Het Japanse Kabuki Theatre in Tokyo speelt daarin een prominente rol. Het is onbekend wat er met het script is gebeurd. Japan was ook de inspiratiebron voor 'Koraknen - un air du japon', dat op de door CBS in 1967 uitgebrachte lp New Sound from India staat. In haar archief bevindt zich tevens de 'Suite Kitoku' (een wijk in het Japanse Osaka). Zie DATABASE.

maart 1966
Algerije

In maart 1966 vertoeft het gezin van Majoie in Algiers in Algerije. Deze foto stuurt ze naar haar moeder, Maake, om haar te feliciteren met haar verjaardag.

1967
New Sound from India

Op New Sound from India dat eind jaren 60 bij CBS verschijnt, staan behalve 'Korokuen'  ook 'La Nostalgie', 'Raga Lilavati', 'Raga Joy' en 'Raga Wasardari', geïnspireerd op de Indiase raga's. De lp wordt in Frankrijk opgenomen i.s.m. drummer Christian Garros (van het in Frankrijk bekende Play-Bach collectief, tevens haar aangetrouwde neef), de bassist Pierre Michelot en artistiek leider Jean Eckian. Muziekrecensent Frank Onnen merkt in de Gooi- en Eemlander van 27 maart 1969 op, dat de lp in Frankrijk 'sterke aandacht' trok van de pers. Het 'soort echtverbintenis' tussen oosterse en westere klanken, noemt hij 'pionierswerk'. Onnen: 'Majoye [sic] Hajary die als kind met de raga's is opgegroeid, doch als vrucht van 'n oost-west-huwelijk in Amsterdam haar muzikale opleiding volgde, was zo dus wel bijna vanuit de wieg gepredestineerd om deze verbintenis eens tot stand te brengen.' 

1968/ 1969
Requiem pour Ghandi

In die periode werkt ze op contractbasis ook samen met Jean Eckian en Christian Garros aan de CBS-opname van het eveneens op Indiase raga's geïnspireerde Requiem pour Mahatma Gandhi t.g.v. zijn 100 e geboortedag. De B-kant van de lp bestaat uit 'Indian Dance' no 1 en no 2, 'Ragini Asamoi' en 'Noubat'. Majoie speelt de pianopartij. Uit correspondentie wordt duidelijk dat er tijdens de opname problemen zijn met o.a. de vi(ch)tra veena (Indiaas snaarinstrument). Een van de snaren was tijdens het transport vanuit India naar Frankrijk beschadigd.

Correspondentie met India

Majoie correspondeert erover met de firma Modern Musical Intruments in Delhi c.q. met Mrs. Bedi (envelop). Ook is er in die tijd  een briefwisseling met veenaspeler Ustad Ahmed Raza Khan die ze ontmoet heeft in New Delhi. Majoie staat op het punt naar Istanbul te verhuizen met haar gezin.    

november 1969
Presentatie en ontvangst

19 november 1969 wordt de lp Requiem pour Mahatma Ghandi in Frankrijk gepresenteerd. Francoise Vincent-Malletra (Radio France) constateert dat deze opname geenszins een 'eenvoudige weerspiegeling' is van 'Indiase volksmuziek', maar een authentieke zoektocht naar een synthese tussen westerse en Indiase muziek. In Nederland is er in de kranten geen bespreking van deze lp te vinden. Wel in een Turkse krant; Majoie en haar gezin wonen dan inmiddels in Istanbul. Er verschijnt een groot artikel over de fusie die Majoie tussen oosterse en westerse muziek teweeg brengt. Ook vertelt Majoie in dit gesprek de Turkse volksmuziek te gaan bestuderen.  

1970
Istanbul

Deze foto is uit 1970, Majoie met Roland op de dansvloer, ergens in Istanbul.

1970
La passion selon Judas

In 1970 wordt een deel van haar oratorium 'Da Pinawikie' (Lijdensweek in het Surinaams), 'La Passion selon Judas' door CBS uitgegeven. Ook weer in samenwerking met artistiek leider Jean Eckian in een bewerking van de (jazz)trompettist Roger Guerin. Majoie haalt haar uiterst muzikale Surinaamse familieleden en vrienden uit Nederland - Carl, George en Ciska Tjong-Ayong, Ernst Bleijert en Siegfried Rijsdijk - naar Parijs om in de studio de Surinaamse solo- en koorpartijen in te zingen.  

december 1973
Balletuitvioering in Paramaribo

Op de muziek van 'La passion de Judas' ontwerpt de Surinaamse balletdanseres en choreografe Ymme Dahlberg een modern ballet. Solisten zijn Percy Muntslag, Marlene Lie A Ling, Ilse Marie Hajary (de nicht van Majoie), Henk Tjon en leerlingen van de Surinaamse dansscholen. Veertien jaar later, april 1987, danst het Nationaal Ballet Suriname het stuk opnieuw, maar dan in de choreografie van Ilse Marie Hajary. 'Het Nationaal Ballet Suriname is zoekende naar een eigen Surinaamse dansstijl, door een mengeling van technieken. 'Da Tori fu Judas' [het verhaal van Judas] is daar een voorbeeld bij uitstek van, omdat de muziek eigenlijk al vraagt om een dergelijke mix' , aldus Ilse Marie in de Surinaamse krant de Ware Tijd van 11 april  1987.

1973
Vertaalwerk

Begin jaren 70 is de liefde voor 'Moustache' over. Majoie gaat scheiden. Ze verdient de kost door muziekles te geven. Dat levert samen met haar composities te weinig geld op om van te leven. Majoie is een polyglot, ze spreekt goed Frans, Engels, Duits en Nederlands. Ze doet vertaalwerk voor de Nederlandse ambassade in Parijs en werkt op regelmatige basis mee aan het periodiek: Man Power, monthly news on european employment problems. Het vertalen van studieboeken en romans, zoals Marnix Gijsens Telemachus in het dorp en de Max Havelaar van Multatuli (E. Douwes Dekker), doet ze dan al een paar jaar. Zie DATABASE. 

april 1974
Uitvoering Da Pinawi(e)kie in Paramaribo

De Stichting Culturele Samenwerking (Sticusa) verschaft subsidie om het oratorium 'Da Pinawiekie' in zijn geheel uit te voeren.  'La passion selon Judas' ('Da tori fu Judas' in het Surinaams) was slechts een onderdeel daarvan. De Surinaamse tekst van het oratorium is gebaseerd op een Surinaamse bijbel van haar oma Carootje. Vanaf begin 1972 is ze ermee bezig, pas in 1974 komt die uitvoering er daadwerkelijk. Dagblad Vrije Stem schrijft op 3 april 1974: 'Het CCS [Cultureel Centrum Suriname - counterpart van Sticusa] zegt de betreffende produktie te brengen als zijnde een produkt van het hoogste niveau en in het kader van haar beleid dat erop gericht is om de zelfwaakzaamheid van de Surinamers op cultureel gebied naar eigen aard en wezen zoveel mogelijk te stimuleren.'

1974
Orkestbezetting

In 1972 vertelde Majoie, net terug van een repetitie in Suriname tijdens een tussenstop op weg naar Parijs, aan  de Wereldomroep hoezeer ze ervan droomde haar oratorium 'Da Pinawiekie' in volle bezetting uitgevoerd te krijgen in Paramaribo. Dat lukt in 1974 niet vanwege een tekort aan musici. Wel komt er een aangepaste uitvoering met een kleinere orkestbezetting. (Het origineel van de opname ligt bij Beeld en geluid in Hilversum.)  Verslaggever Anton Foek die haar in 2006 in Parijs interviewt voor de radiozender Zorg en Hoop doet met zijn uitzending nog eens een enthousiaste, maar vergeefse poging om haar droom waar te maken. Jarenlang werkt Majoie aan een Duitse, Engelse en Franse vertaling. 

1974
Chants du Gita Govinda

In 1974 verschijnt bij het Franse platenlabel Le chant du monde 'Le Gita-Govinda - Chant d'amour de Krishna' van de poëet Shri Jayadeva in de Franse vertaling van Marguerite Yourcenar, gelezen door Maurice Béjart en gezongen door Savitry Nair. Op de hoes en lp wordt – en dat leidt tot een conflict met het platenlabel – op geen enkele manier gerefereerd aan de muziek van Majoie Hajary, hoewel ze haar werk heeft laten registreren. Ook in haar archief bevinden zich de composities 'Chants de la Gita Govinda' (1971) en 'Krishna Govinda - Poppastorale'. Zie DATABASE

25 nov 1975
Suriname onafhankelijk

Suriname wordt op 25 november 1975 onafhankelijk van Nederland. Henck Arron wordt de nieuwe premier. Majoie schrijft aan haar familie: 'Ik hoop dat ARRON beslist mij de job als gedelegeerde van Unesco in Parijs aan te bieden. Heel Unesco is er vol van en wil mij benoemen maar het MOET in Suriname aangevraagd worden, kost ze niks (het is een internationale job) en ben ik bang dat ze er iemand anders naar toe sturen.' Ze wordt niet gekozen.  

1976
Speelfilm Wan Pipel

In het jaar dat haar moeder overlijdt, haar vader is in 1959 gestorven, maakt cineast Pim de la Parra de speelfilm 'Wan pipel' over de eenwording van het Surinaamse volk. Voor de filmmuziek doet hij mede een beroep op Majoie; hij zoekt haar op in Parijs. Enkele muziekfragmenten zijn gebaseerd op Majoies werk. Zij is in 1976 aanwezig op de première in het Calypso theater in Amsterdam.  

1978
Radio France Internationale

In 1978 werkt Majoie als vertaalster voor de Engelstalige sectie van Radio France Internationel gericht op Afrika 'Paris calling Africa'. Op de foto staat Majoie schuin achter de directeur van de sectie met wie ze ook bevriend is: Edward Collins. 

sept 1980
Postkaart aan de familie Van Binnendijk

Regelmatig gaan er 'par avion' briefkaarten de oceaan over, naar de familie in Paramaribo. Soms om informatie te vragen over Suriname in verband met haar werk, maar vaker om gewoon te groeten: 'Brassas to you all.'  

1980
1982
Reprise van Da Pinawiekie?

Majoie spant zich opnieuw in om 'Da Pinawiekie' uitgevoerd te krijgen. Ze wordt daarin bijgestaan door leden van het Surinaams Muziekcollectief in Nederland: Fine de Beun-Kenswil en John Leefmans. Majoie correspondeert ook met de onderdirecteur van het Ministerie van Cultuur, Jeugd en Sport in Suriname. Sinds de coup van 1980 hebben de militairen de macht overgenomen in Suriname. Er zijn ministerswisselingen en het land staat er financieel slecht voor. Van een uitvoering zal het niet komen. 

1986
Kerstmis

Kerstkaart van een sneeuwlandschap aan haar familie in Suriname.

Vanaf 1987
Lesmethoden

Tussen 1987 en 1991 geeft ze drie leerboeken uit: Yoga du PianisteL’ Art du Piano, une méthode à la portée de tous en La forme du Râga, Paris 1991. Zie DATABASE. Over de toetsaanslag schrijft ze in de Nederlandse uitgave Yoga voor de pianist: 'Men kent vermaarde pianisten met magere en benige vingers (...), er zijn er met lange en dunne vingers als klauwen, weer anderen hebben mollige vingertippen en kussentjes. Al deze vertolkers zijn in staat hun toehoorders te ontroeren. Wat is dan wel hun geheim? Het is de liefde. Deze vertolkers houden van de piano, ze zijn er verliefd op, (...), een waanzinnige liefde, die hun alles doet vergeten -  techniek, publiek  - en door zich te laten meeslepen geven ze het geheim van hun diepste wezen prijs, hun ziel.' 

1988
De gouden traan

In augustus 1988 laat ze haar vriendin Alicia de Larrocha weten, dat ze aan een opera werkt ('un travail fou et despérant'), terwijl haar land in oorlog is. Vanaf 1986 tot 1992 woedt in Suriname een desastreuze binnenlandse oorlog. Majoie schrijft de tekst in het Frans. De opera 'La larme d'or' ['De gouden traan'] moet vertaald worden naar het Surinaams: 'Na gowtu watr'ai'. Deze opera over de slaventijd -  eigenlijk bedoeld als Telefilm  - bestaat uit een Proloog en drie Aktes. Plaatsen van handeling: Paramaribo, het Fort Buku, de Jodensavanne en het Kasikasimagebergte. De protagonisten, de gevluchte slavin Batseba [Bethsabee] (sopraan) en de Prins van Manoa (bariton) zijn elkaars tegenpolen. De prins sterft in de slotscène in de armen van Batseba, die anders dan de prins onwrikbaar gelooft in een betere wereld. 'Leven zonder dromen, zonder geloof, zonder doel is onmogelijk. De prins sterft, omdat hij niet in zichzelf gelooft', aldus de synopsis. Dit, en haar oratorium 'Da Pinawiekie' beschouwt ze als haar levenswerken. In haar archief bevinden zich verschillende versies. Bron o.a.: Arxiu Alicia de Larrocha

1988
Transcriptie voor piano

Ze werkt jaren aan het perfectioneren van de opera. Oud werk krijgt er een nieuwe rol in. In Akte 2, scene is de 'Surinaamsche Rapsodie' (oftewel 'Peroen, peroen...' uit 1948 te herkennen. Dit is een transcriptie uit 2000.

1990
jan 1990
Brief aan Marcel Landowski

Annette Dieudonné schrijft namens de Fondation Internationale Nadia et Lili Boulanger een brief aan de componist Marcel Landowski, waarin ze 'de' opera van haar oud-leerlinge Majoie onder zijn aandacht brengt. Bedoeld wordt:  'La larme d'or'. Vermoedelijk schrijft ze Landowski aan in zijn hoedanigheid als secretaris van de Académie des Baux Arts van het Institut de France.

Aan het componeren

Majoie aan het werk in Neuilly, Boulevard d'Argenson.

1992
Brief aan Nicolas Sarkozy

Majoie brengt haar opera 'La larme d'or' ('De gouden traan') ook onder de aandacht van Nicolas Sarkozy, die op dat moment burgemeester van Neuilly-sur-Seine is en aan wiens kinderen ze pianolessen gaf. Hij adviseert haar contact op te nemen met de afdeling Cultuur en Communicatie. Ze vraagt om een bijdrage voor het verder uitwerken van de opera of voor de uitvoering ervan. Zonder resultaat. 

1994
Jubileum Stichting Surinaams Muziekcollectief

In april 1994 bestaat de Stichting Surinaams Muziekcollectief die de klassieke Surinaamse muziek promoot tien jaar. Hier op de krantenfoto staat Majoie naast bestuurslid en zangeres Fine de Beun, die zich samen met voorzitter John Leefmans en violist/ oud-concertmeester van het Rotterdams Philharmonisch Orkest John Helstone en ambtenaar John Waaldering namens de stichting sterk maakt voor uitvoering van Majoies opera's 'Da Pinawiekie' en 'De gouden traan'. Majoie vertolkt op deze dag twee composities, waarover de recensent opmerkt: 'De pièces enfantines van Majoie Hajary leken sterker dan haar wat banale 'Perun-perun-variaties'.

maart 1996
Prentbriefkaart uit Wenen

Op 22 maart 1996 schrijft Majoie Fine de Beun een kaart. 'Fine, très chère, mijn composities (transcripties 'Da gowtu kre [De gouden traan] goed ontvangen door publiek. (Concert Staats - Initiative Wien). Begin april terug in Parijs, neem ik contact met jullie over devies 'Da Pinawiekie'. Tan boen  - denk aan je gezondheid, liefs je Majoie Hajary.' Uit deze krabbel is op te maken dat er een uitvoering van een deel van 'De gouden traan' in Wenen plaatsvond. 

Raga du prince

Een onderdeel van haar opera 'De Gouden Traan' waar ze de rest van haar leven aan zal wijden, 'Raga du Prince', wordt in 1999 een bewerkte versie uitgebracht op een verzamel-cd, met Egon Mihajlovic (re) op klavecimbel en Jeremias Schwarzer op blokfluit. Plaats van handeling: Suriname. Hajary: 'Suriname is het enige land ter wereld waarin de muziek van het oosten, westen en Afrika al eeuwenlang samenkomen.' 

1997
DIchter en schrijver John Leefmans

De bevriende Surinaamse dichter en schrijver John Leefmans helpt Majoie vanuit Rijswijk bij de vertalingen van La larme d'or in het Surinaams. Op 2 oktober 1997 schrijft hij: 'Lieve Majoie, je hebt lang niets van mij gehoord, maar ik ben toch echt braaf en ijverig geweest. (...). De spelling van het Sranan [Surinaams] is onlangs officieel gewijzigd. Ik heb mij dan ook zoveel mogelijk aan die schrijfwijze gehouden.' Verder volgt een opsomming van de linguïstische problemen bij de vertaling van het Frans in het Surinaams.  Foto Michiel van Kempen (c).

1997-1998
Gedichten Gilles d'Antraigues op muziek

Majoie zet gedichten van Gilles d'Antraigues op muziek. Zie DATABASE. Foto: aantekeningen op de partituur (autograaf). 

2000
2007
Ode aan Majoie

Met enige regelmaat wordt nog werk van Majoie gespeeld, in Nederland en in Suriname. In 2007 organiseert de musicus Liesbeth Peroti voor wie Majoie Hajary een voorbeeld is geweest een 'Ode aan Majoie Hajary'. Tijdens het concert worden verschillende composities van haar uitgevoerd, ook fragmenten uit 'Da Pinawiki' en 'De Gouden traan'. Zie de DATABASE voor uitvoeringen van Majoies werk tussen 1990 en 2020. Kijk naar de  youtubefilm die Peroti over haar maakte. 

mei 2014
Festival Musiciennes en Guadeloupe

De 3e editie van het Festival Musiciennes en Guadeloupe in 2014 wordt opgedragen aan Majoie Hajary. Het festival eert vrouwelijke musici en componisten. Het Quintette Allegria brengt Majoies compositie 'Flute de jade'. Zie ook DATABASE.

2010
2017
Overlijden

25 augustus 2017 overlijdt Majoie Hajary, 96 jaar oud, in haar huis in Neuilly-sur-Seine (vlakbij Parijs), waar ze de laatste jaren van haar leven woonde en waar ze ook begraven wordt. In haar kist een kruikje Surinaamse aarde. Op haar marmeren grafsteen staat voor de eeuwigheid gebeiteld: 'Majoie HAJARY, Mme Roland GARROS Pianist – compositeur 1921-2017.' Was haar leven gewijd aan een muze die haar toch een beetje in de kou had laten staan? Majoie Hajary zei het in 1972 al: een componist wordt pas gewaardeerd als ie dood is. 

Bij de samenstelling van deze site is zeer zorgvuldig omgegaan met naamsvermeldingen, bronvermeldingen en copyrights. Mocht u werk van uzelf tegenkomen of herkennen zonder naamsvermelding, neem dan contact op met de sitebeheerder Ellen de Vries.

© ALL RIGHTS RESERVED ELLEN DE VRIES | WEBSITE GEMAAKT DOOR: REINIER MATHIJSEN